Over het regisseren van kritiek

Hoe maak je van een ‘tegenstander’ een ‘mede’stander?

Regisseer de kritiek om draagvlak en kwaliteit van het proces/besluit te vergroten. (Wil je dit artikel in pdf ontvangen mail me dan op info@annekedurlinger.com.)

In een workshop vroeg ik om het afmaken van de zin: Kritiek is…….
De reacties waren nogal verschillend.
‘Kritiek is een cadeautje.’
‘Kritiek is te horen krijgen waar je het fout doet.’
‘Kritiek is een aanval op wie ik ben of wat ik doe.’
‘Kritiek staat gelijk aan: het kan beter, hier kan ik van leren.’
‘Kritiek is behulpzaam.’
Je kunt voor jezelf nagaan, als je bovenstaande woorden herhaalt, welke gevoelsmatige reactie deze in je oproept. En concluderen welke reactie de meest constructieve is bij het omgaan met kritiek.


Voor mezelf vertaal ik kritiek naar een vraag:  ‘Voldoe alsjeblieft aan mijn criterium?’

Kritiek en verwachtingen

Kritiek verwijst naar het woord criterium.
In feite betekent criterium: de woorden die aangeven wat iemand belangrijk vindt als basis voor diens oordeel. Iedereen communiceert vanuit bepaalde verwachtingen. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op wat iemand, onbewust of bewust, belangrijk vindt. Als de verwachtingen uitkomen, is er tevredenheid en in het beste geval zelfs positieve kritiek. Komen verwachtingen niet uit, dan stemt dat tot ontevredenheid. Hoe belangrijker het criterium, des te sterker de reactie die kan uitmonden in stevige kritiek.

Uitnodigen tot het geven van kritiek

Het uitnodigen tot het geven van kritiek is geen vanzelfsprekende vraag. Veel makkelijker wordt de vraag gesteld: ‘Is iedereen het ermee eens?’
Je nodigt hiermee de ander(en) uit om door het filter/metaprogramma ‘voldoet wel’ te kijken. Degene(n) die het er niet mee eens zijn, worden hierdoor niet aangemoedigd hun zegje te doen. Terwijl voor een hoogwaardig kwalitatief besluit het juist nodig is om kritiek en de onderliggende criteria in kaart te brengen om ze te incorporeren in de oplossing.
Het is menselijk om graag te willen horen wat je goed hebt gedaan. En als je niet gunstig over jezelf denkt dan kan een kleine kritische opmerking al zwaar vallen.
‘Negatieve’ kritiek komt vaak de sfeer in een groep niet ten goede.
De (‘negatieve’) kritiekgevers weten dat. Zij voelen zich dankzij de vraag ‘Is iedereen het ermee eens?’ vaak niet uitgenodigd. Daar komt bij dat omdat niet aan hun criteria is voldaan, zij met onplezierige gevoelens zitten. Twee redenen die ertoe bijdragen dat de negatieve kritiek ook vanuit gefronste wenkbrauwen, boze toon, verwijtende stem en dergelijke wordt geuit. Soms is dat voldoende om ze (een volgende keer) te negeren.
Je kunt dit voor zijn vanuit het besef dat voor verbetering van de kwaliteit van elke besluit, voorstel, groepsdynamiek etcetera ook de ‘negatieve kritiek’ ertoe doet. De vraag “Waar en hoe wordt nog niet aan criteria voldaan?” is het fundament van kwaliteitscontrole. De methodiek Het regisseren van kritiek, die ik heb ontwikkeld, nodigt mensen daarom juist uit tot ‘negatieve’ kritiek. Dit doe je met behulp van de vraag: Hoe voldoet het nog niet? De hoe-vraag vooronderstelt hier dat de ander ontevreden is en activeert het brein ook om te zoeken naar wat er niet goed/fout is.

Het doel van het regisseren van kritiek is dan het ombuigen van kritiek naar een tevredenstelling. Dit kan een feitelijke en ook een imaginaire tevredenstelling zijn. Het is tevens een methode om in plaats van kritiek tips te krijgen en zo je criticus tot constructieve medestander te maken.

Kritiek is een verzoek:
“Voldoe alsjeblieft aan mijn criterium…”

De relevante elementen bij het regisseren van kritiek zijn:

  • De eigen perceptie op kritiek: ‘Kritiek is een verzoek van de ander om te voldoen aan 
diens criteria’ en ‘Kritiek helpt de kwaliteit te vergroten.’
  • Een vriendelijke uitnodiging met de vraag: ‘Hoe voldoet het nog niet aan je criteria?’
  • De ombuiging van kritiek naar correctieve feedback waarbij je de ander laat werken én jij je gedragsrepertoire uitbreidt om zodoende aan meer criteria van de ander/groepsleden te voldoen. 


  • Het creëren van een herkansing om het feitelijk naar tevredenheid van de ander te doen.
  • Het bouwen aan een innerlijke representatie bij de ander hoe het wel voor hem/haar goed was geweest. Dit leidt alsnog tot een tevreden stemming.
  • Het checken op eventuele eigen bezwaren en zoeken naar win-win

De procedure: Regisseren van kritiek

Natuurlijk is het ook belangrijk dat je aandacht besteedt aan hoe een besluit, een proces al wel voldoet aan de criteria van de anderen. Dit bevordert de tevredenheid. Om de tevredenheid nog verder te vergroten dient de volgende procedure, waarbij elke stap haar nut heeft.

  1. Het oproepen van/uitnodigen tot kritiek
    Vraag vanuit een neutrale of luchtige houding bij een reflectie op een verhaal, een voorstel, groepsproces of besluit: “Hoe voldeed/voldoet het nog niet aan jouw criteria? Waar liep het niet lekker? Wat was volgens jou fout of niet goed?”
(Activeren van het metaprogramma ‘voldoet niet’)
  1. De kritiek
    Luister naar wat de kritiek is van de ander. Herhaal hardop met dezelfde woorden diens kritiek op dezelfde toon in citaatvorm. Je leeft je in in de ander (tweede waarnemingspositie) Of je herhaalt met dezelfde woorden diens kritiek op een neutrale toon. Dit is meer de observatorpositie (derde waarnemingspositie).

  1. Gedragsmatige tips
    Vraag de ander te bedenken hoe je het voor die persoon beter had kunnen doen? De ander bedenkt een geschikte oplossing.
Luister daarbij:
  • of het antwoord gedragsmatige tips bevat wat jij had kunnen doen; 

  • bij negatief-taalkundige formuleringen (geen, niet, voorkomen, vermijden, vrij van, zonder) vraag je 
naar positief-taalkundige formuleringen. Geef dan aan: dat is wat ik niet had moeten doen, wat had je graag dat ik daarvoor in de plaats had gedaan? Dit buigt de kritiek om naar correctieve feedback.
  1. Het belang voor de ander
    Je ‘doet’ vervolgens de geschikte oplossing: ‘Stel je voor …’
    Je vraagt vervolgens de ander wat het hem/haar had opgeleverd als je dit zo had gedaan. Luister naar het onderliggende criterium. Benadruk dat criterium in je samenvatting. 
Je geeft het als het ware terug, zodat de ander weer (gevoelsmatig) contact maakt met die waarde.
  1. Eigen criteriumcheck
    Zorg ervoor dat wat de ander van je vraagt je eigen criteria niet in gevaar brengt. 
Is er geen belemmering door je eigen criteria: stem met de ander in.
Is er wel belemmering door je eigen criteria?
Ga na welk criterium van jou in gevaar komt.
Bespreek hoe zowel aan het criterium van de ander als aan je eigen criterium voldaan had kunnen worden. De hoe-vraag vooronderstelt al dat het mogelijk is aan beide criteria te voldoen en activeert daarmee het brein in die gewenste richting van een win-win-situatie. 


Aandachtspunten

Op de vraag ‘Hoe ga jij om met kritiek?’ kwam ik tot de volgende ontdekking.
Kritiek is voor mij het verzoek: Voldoe alsjeblieft aan mijn criteria? Ook al wordt kritiek vaak met een uitroepteken gegeven om de kritiek kracht bij te zetten, ik hoor de kritiek met een vraagteken.
Kritiek laat ik niet meteen binnen komen. Ik blijf beschouwend kijken vanuit een positieve grondhouding. In plaats van de kritiek binnen te laten komen ontvang ik de kritiek als het ware op mijn hand. Zo kan ik me er mee verbinden en er beschouwend naar kijken. Ik merk dan ook dat ik met mijn hoofd een beweging maak naar wat er achter de kritiek (aan positieve intentie) zit. Mijn eerste reactie is: ‘Dat is interessant!’ gevolgd door benieuwdheid. Mijn overtuiging die hierbij meespeelt: ‘Hier valt iets te leren!’ 


Wat vraagt dit aan vermogens?

  • Het op de juiste manier de toon zetten: bevestigend en benieuwd. 

  • Het volgen van het bovenstaande format. 

  • Het activeren, soms ook aanmoedigen, van het filter ‘voldoet niet’ bij je deelnemers (indien nodig). 

  • Het vertrouwen in het vermogen van de ander om met gedragsmatige tips te 
 

  • Het kunnen onderscheiden of gedragsmatige tips positief of negatief taalkundig 
geformuleerd zijn. 

  • Het kunnen assisteren in het omzetten van negatief naar positief taalkundige formuleringen: ‘Dat is wat je niet wil dat ik doe, wat wil je daarvoor in de plaats?’ 

  • Het letterlijk herhalen van de gedragsmatige tips en de ander laten voorstellen hoe 
het dan geweest zou zijn, met de vraag wat het had opgeleverd. Dit leidt tot een (korte) herbeleving van de situatie: het innerlijke ‘bestand’ wordt vervangen. 

  • Basisregel: één voor één kritiek geven en erop ingaan, hierin dus de regie houden.
  • Uitgaan van de relevante vooronderstellingen: 

    • Ieder gedrag heeft een positieve intentie. De betekenis van de communicatie is de reactie die je oproept.
    • In communicatie bestaat geen mislukking alleen feedback. 


Toepassingsmogelijkheden

Deze methodiek leent zich overigens ook uitstekend bij (tussentijdse) evaluaties, vergaderingen of bij projecten.

Het regisseren van kritiek kent wat mij betreft veel toepassingsmomenten. Een van mijn favoriete toepassingen is nadat ik een groep begeleid heb in een geleide meditatie. Het is bij dat proces moeilijk om ervoor te zorgen dat dit voor iedereen in het juiste tempo en met de juiste suggesties wordt gedaan. Juist omdat het een innerlijk proces is, kan het zijn dat mensen met een gevoel van onvrede achterblijven. Dit wordt getransformeerd door het regisseren van kritiek.

Praktisch voorbeeld

Ik vraag naar aanleiding van een oefening op een vrije neutrale manier hoe een en ander niet voldaan heeft aan de criteria: ‘Bleef je nog ergens op haken? Iets wat voor jou minder lekker verliep? Wat niet voldeed aan je criteria?’
Iemand geeft aan: ‘Ik vond het nogal een gedoe, dat je alles op de flap-over schreef.’

‘Oké,’ zeg ik, ‘en wat was daarmee mis voor jou?’
‘Nou,’ zegt de ander, ‘Ik vond het daardoor zo traag gaan.’
‘Wat had je liever gehad dat ik gedaan had?’ vraag ik.

‘Nou, dat je ze gewoon mondeling herhaalde!’

‘Oké en stel dat ik dat gedaan had, wat had jou dat dan opgeleverd?’ vraag ik.

‘Ja, dan hadden we lekker snel kunnen gaan oefenen om het zelf te ervaren.’
Ik knik bevestigend en zeg: Okay dan had je snel kunnen gaan oefenen om het zelf te ervaren.

Ik neem de tijd om na te denken en zeg: ’Ik vind het visualiseren van (in dit geval) de krachtgevende overtuigingen heel belangrijk: het geeft een overzicht en het voordeel is dat je bij de oefening niet de woorden van de overtuiging in je hoofd hoeft
te houden en dus je hoofd vrij hebt om na te denken.’
Ik vertel hem mijn overwegingen op een rustige manier. Ondertussen komt er een idee in me op. Ik vraag hem: ‘Stel dat ik bij elke overtuiging jullie had gevraagd om deze overtuiging tot je door te laten dringen en te beleven als voorbereiding op de oefening, had dat dan voldaan aan jouw criterium?’
‘Ja,’ zegt de persoon in kwestie, ‘dat had voor mij wel goed gewerkt.’

Het bovenstaande voorbeeld heeft betrekking op een klein aspect van de training. Je kunt je afvragen of het die aandacht verdient zoals het in bovenstaande voorbeeld heeft gekregen.
Maar ja, wie denkt dat kleine dingen er niet tot doen heeft nog nooit een mug op zijn kamer gehad.
Ik ga er vanuit dat elke kleine verstoring de moeite waard is om serieus te nemen. Anders veroorzaakt dit stagnatie van de energie. Het bevorderen van een flow tussen de deelnemers onderling en mijzelf en deelnemers is de moeite van de aandacht waard, omdat het de weg vrij maakt naar leren en vaak is een win-win-situatie mogelijk. Dat wil niet zeggen dat alle kritiekpunten worden opgelost, de metaboodschap is echter wel dat je de ander gehoord en gezien hebt hierin.

Als er een verschil van mening is, dus meer op het niveau van overtuigingen, tussen jou en een ander, is de methodiek ‘Pragmatisch evalueren’ geschikter. Daarbij worden conflicterende overtuigingen naast elkaar gezet en onderzocht op hun pragmatisch nut.
Zie ook: Handboek voor trainers, stappen ter verrijking door Anneke Durlinger)

Meer weten over metaprogramma’s? Je leest er van alles over in Voorbij je eigen wijze. Effectief communiceren met metaprogramma’s in professionele communicatie door Guus Hustinx en Anneke Durlinger.

Scroll naar top